Het oude Griekenland

Het oude Griekenland

Home
Hoger

Zeus vanuit zijn zetel op de Olympus bliksemschichten slingerend volgens een fresco van Giulio Romano (1499-1546).Door de afwezigheid van grote rivieren was de oude Griekse beschaving afhankelijk van het water dat uit de hemel viel. In de oude Griekse mythologie komen talrijke goden voor waarvan men meende dat zij dingen aan de hemel en op aarde verpersoonlijkten en regelden, inclusief het weer. De opperbaas van de hemel was Zeus, die de wolken, regen en donder onder zich had. Zijn broer Poseidon was de god van de zee en de kunsten. De andere broer Hades (ook bekend als Pluto) heerste in de onderwereld. Helios was de zonnegod en over de winden heerste Aeolus. Voor de Grieken had deze ingewikkelde mythologie  meer een esthetische dan een religieuze betekenis. Hun in het algemeen gematigde houding ten opzichte van religie verklaart mee de opkomst van de Griekse filosofen, die natuurverschijnselen op een meer rationele manier probeerden te verklaren.

De Eerste Filosofen: De vier elementen van Empedocles (aarde, water, lucht en vuur) afgebeeld in Lucretius.

Een van de allereerste filosofen was Thales van Milete (circa 624-547 voor Christus), die waarnemingen van Babylonische astronomen verzamelde en die het gebruikte om met succes een zonsverduistering in 585 voor Christus te voorspellen. Hij beschouwde water als de basis van alles in de natuur. Later bracht de filosoof en dichter Empedocles (circa 495-435 voor Christus) die theorie naar voren dat alle materie was samengesteld uit vier elementen: aarde, water, vuur en lucht. De tekening rechts zijn de 4 elementen afgebeeld in Lucretius.

 

Aristoteles en Theophrastus:

  De Griekse filosofie bereikte haar hoogtepunt met Aristoteles (384-322 voor Christus). Zijn verhandeling Meteorologica was een poging om alle verschijnselen van fysische aard aan de hemel, in de lucht, op het water en op het land te beschrijven. Uit de titel van dit werk is ons woord meteorologie ontstaan. In zijn Meteorologica beschreef Aristoteles enkele opmerkelijk nauwkeurige waarnemingen die betrekking hadden op de wind en het weer. Hij trok enkele scherpe conclusies, maar deed ook uitspraken zoals: ' De aarde is in rust (dit is onjuist) en het vocht erop wordt verdampt door de stralen van de zon... (dit is juist)' De werken van Theophrastus bleven 2.000 jaar lang een bron van volksweerkunde.Het werk van Aristoteles wordt voortgezet door zijn leerling Theophrastus (zie foto links; circa 372-287 voor Christus). In zijn boek Over voortekenen van het weer geeft hij ongeveer 80 verschillende voortekenen van regen, 50 van stormen, 45 van winden en 24 van mooi weer. Sommige waren opmerkelijk betrouwbaar, zoals 'Als het mist, is er weinig of geen regen'. Andere voortekenen hadden echter geen enkele wetenschappelijke basis. De pogingen die Theophrastus in zijn andere werken om wolken en weer  in verband te brengen met de richting van de wind waren in het algemeen juist en gestoeld op objectieve waarnemingen. Voortekenen van het weer werden ook vastgelegd door de Griekse dichter Aratus (circa 315-245 voor Christus) in zijn gedicht 'Phenomena'. Dit werd in Griekenland en later in Rome beschouwd als het meest gezaghebbende werk op het gebied van het weer.

 

Nalatenschap van Aristotels:In Plinius' Historia Naturalis zijn de werken over de natuurverschijnselen uit Egypte, BabyloniŽ, Griekenland en het Romeinse rijk verenigd.

Ook de Romeinen werden sterk beÔnvloed door Aristoteles. De Romeinse schrijver Plinius de Oudere (23-79) stelde een Historia Naturalis ( zie foto rechts) samen, een monumentale encyclopedie waarin de werken van ongeveer 2000 Romeinse en Griekse schrijvers waren verenigd, samen met waarnemingen en bijgeloof uit Egypte en BabyloniŽ.

Na de val van het Romeinse rijk, in de vijfde eeuw, verschoof het centrum van de beschaving naar de Islamitische wereld. Later in de Middeleeuwen werd Aristoteles door Europese denkers herontdekt. Dit bleek niet altijd even vruchtbaar, omdat de geleerden zich in die tijd meer bezighielden met het interpreteren van Aristoteles dan met het zelf over de dingen nadenken.

 

Griekse Mythe van Ceyx en Alcyone:

Ceyx en Alcyone. De periode van rustig weer op zee, de alkyoniden, is genoemd naar een Griekse mythe. Twee geliefden, Ceyx en Alcyone, wekten de woede van Zeus en Hera (koning en koningin der goden). Die lieten het schip Ceyx in een storm vergaan, waarbij deze omkwam. Alcyone verdronk zichzelf uit wanhoop in zee, waarna de twee geliefden werden veranderd in ijsvogels. Om hun drijvende nesten te beschermen liet Aeolus, de vader van Alcyone en bewaker van winden, de wind zeven dagen voor en na het wintersolstitium (de kortste dag op het noorderlijk halfrond op of rond 22 december) liggen. Deze rustige periode werd later 'alkyoniden' genoemd.

 

De Toren der Winden, die nog steeds in Athene staat, dateert uit de eerste eeuw voor Christus. Op elke zijde van dit achtkantige gebouw is een man afgebeeld die de wind uit die richting verpersoonlijkt.

Toren der winden.

Naar het begin van deze pagina.